Ondertussen in de Oosterstraat

Jordy: ‘We hebben voor House of Design, een platform dat jonge ontwerpers en ondernemers bij elkaar brengt, meegedaan aan het project Groningen Ontwerpt, een designroute door de binnenstad. We werden gekoppeld aan een ondernemer in de Oosterstraat waarbij de opdracht was om een energiezuinig alternatief te ontwikkelen voor het (’s winters) openzetten van de deur als gastvrij gebaar naar het winkelend publiek. Schoenenboetiek Mary Jane heeft een prachtig pand waar deze open deur problematiek niet zozeer speelt. Wel hebben ze een heel smal pand dat niet echt opvalt. Men loopt er al gauw bij langs. De vraag was of wij daar iets aan zouden kunnen doen, zodat voorbijgangers even zouden blijven stilstaan. Voor ons werd al snel duidelijk: we willen iets creëren wat een grote impact geeft, wat misschien wel een nieuwe dimensie kan aanraken. Gebruikmakend van de regelgeving die zegt dat we vijftig centimeter de straat op mogen ontstonden er vele opties.’

‘We zijn niet zozeer bezig geweest met het maken van een mooi ding maar juist met: wat kunnen we bedenken om iets te laten groeien zodat de winkel er iets aan heeft. We zijn architecten, geïnteresseerd in middelen om mee te bouwen. Misschien aan ons de taak om daarvoor een bouwsteen te ontwikkelen. Dat is wat we uiteindelijk hebben gedaan, rekening houdend met zaken als constructie, ophanging en stevigheid. Uiteindelijk hadden we het besef: we kunnen nu iets maken waarvan we vooraf niet weten waar het naartoe gaat. Dat sloot goed aan bij de vraag: mensen die naar binnen gaan weten ook niet waar het naartoe leidt.’

‘Er ontstond al snel een link naar hergebruik – we moesten gebruik maken van bestaande plastic afvalstromen. We kwamen, niet geheel toevallig, uit bij reclameborden die gebruikt worden in de makelaardij. Deze (gevel)borden zijn gemaakt van polystyreen kanaalplaten, een heel licht materiaal waar we onze bouwstenen uit konden lasersnijden. Het onderzoek ging met name over hoe kunnen we de meeste impact bereiken met zo min mogelijk materiaal, met welke groottes moeten we dan werken, moet het één bouwsteen zijn of verschillende? Hoe verbinden we en hoe zorgen we ervoor dat we ter plekke kunnen improviseren? Uiteindelijk zijn we inderdaad gaan bouwen zonder te weten wat het eindbeeld zou zijn. Ons referentieobject is een propje papier: dat kun je steeds opnieuw gladstrijken en weer verfrommelen en zal er toch steeds anders uitzien. Dat is met onze oplossing ook het geval.’

‘Je hebt recyclen en hergebruik: je kan het bij de bron aanpakken en je kunt materiaal een tweede leven geven maar dan houdt het op, of je moet het terug brengen naar de bron en zo de cyclus sluitend maken. Nu we van dit materiaal deze steen hebben gemaakt is er een nieuwe functie aan het materiaal toegevoegd: je kunt bijvoorbeeld andere doelgroepen zoals kinderen met de bouwstenen laten bouwen, winkeliers kunnen met elkaar uitwisselen en verder uitbreiden. Plastic kun je dan misschien meerdere levens geven door te kijken naar bruikbaarheid in plaats van de grondstof.’

‘Ik zie dit principe ook wel in een ander materiaal en op een andere schaal terugkomen: als je bijvoorbeeld aan hout denkt zou het tot nieuwe constructies kunnen leiden. Ik heb gemerkt dat het detail van groot belang kan zijn en dat je vandaaruit het plan kan laten ontstaan in plaats van dat je eerst de algemene schets van een hoofdvorm op tafel legt. Je kunt het dus omdraaien. Dit project is hier een voorbeeld van wat leidt tot een verrassend resultaat.’

Nog tot eind deze maand in de Oosterstraat.