Parkschool

Wagenborgen, Groningen


Programma:

basisonderwijs, kinderopvang

Projectteam:

Wouter Stoer, Nina Schouwman

Projectarchitect:

Wouter Stoer

Opdrachtgever:

Gemeente Delfzijl

Klant:

Peuteropvang Kids2Be en basisschool De Kronkelaar (Stichting Openbaar Onderwijs Marenland)

Het nieuwe IKC vormt het centrum van de toekomstige ontwikkeling op Groot Bronswijk op de plek van een voormalig theepaviljoen. Het gebouw is daarom centraal op de kavel gepositioneerd met een duidelijke hoofdentree aan de voorzijde centraal in de plattegrond van het gebouw die zich als een serre presenteert en daarmee het gebouw oriënteert op het terrein dat in oorsprong als Engels landschapspark is ontworpen. De centrale hal is daardoor niet alleen een ontmoetingsplek voor het IKC zelf, maar ook voor de wijk, Groot Bronswijk en Wagenborgen. Op het plein voor het gebouw ontstaat een terras in de zon met zicht op Groot Bronswijk en het open Groningse landschap aan de zuidgrens van het park.

Het éénlaagse gebouw is alzijdig vormgegeven en heeft een grote mate van openheid waardoor een sterke relatie met het park ontstaat. Deze directe relatie tussen binnen- en buitenruimte wordt versterkt door het uitkragende dakvlak waardoor er in het verlengde van de groepslokalen een buitenlokaal/veranda ontstaat. De vormgeving van het dak is uitgestrekt en autonoom als bij een paviljoen (licht geconstrueerd vrijstaand gebouw in een park), tegelijkertijd sluit het aan op het gewenste dorpse karakter. De kappen dragen bij aan de flexibiliteit en het gezonde binnenklimaat van het gebouw (groter ruimtevolume conform frisse scholen klasse A, goede mogelijkheid om te ventileren en veel daglicht). Ter plaatse van de centrale hal is een hoogteaccent gemaakt om de hoofdentree te markeren.

Door de lokalen op oost en west te oriënteren is het mogelijk om alle lokalen een gelijkwaardige ruimte- en gebruikskwaliteit mee te geven. Door de aanwezigheid van een veranda rondom het gebouw valt daglicht diffuus naar binnen, gelijkwaardig aan het licht in een op het noorden georiënteerd lokaal. Lichthinder wordt voorkomen. Daklichten in de groepsruimten en op de leerpleinen vergroten de daglichtopbrengst en reduceren kunstlicht- en energiegebruik. Ze kunnen ook worden gebruikt voor (dwars)ventilatie.

De gelijkwaardige kwaliteit in de lokalen versterkt de mate van flexibiliteit van het gebouw. Elke groep/gebruiker kan overal worden geplaatst. In het ontwerp is goed nagedacht over toekomstbestendigheid en flexibiliteit van het gebouw in verband met krimp in de regio en het dorp. De flexibiliteit en functionaliteit van het gebouw worden sterk vergroot doordat het volledige programma op de begane grond wordt gerealiseerd. Het gebouw wordt multifunctioneler, toegankelijker en de structuur van het gebouw kan eenvoudiger worden aangepast. Als bijkomend voordeel heeft het bouwen van een gelijkvloers programma een gunstig effect op de constructie van een bevingsbestendig volume.

In het hart van de plattegrond liggen de centrale hal en het speellokaal. Rondom dit multifunctionele cluster zijn de leerpleinen georganiseerd die in open verbinding met elkaar staan. Het is mogelijk om de leerpleinen los te koppelen indien het gebruik het vraagt. De relatie met de groepsruimte is direct. De ruimtes zijn visueel met elkaar verbonden en kunnen fysiek met elkaar verbonden worden. Er zijn geen gangen: de verkeersruimte bestaat uit een reeks van ruimten (waaronder de leerpleinen) die met elkaar verbonden zijn. Doordat de verkeersruimte in de leerpleinen overloopt wordt de ruimte vergroot en is het mogelijk deze ruimten te gebruiken als crearuimten. De exacte invulling van de leerpleinen is in overleg nader te bepalen. Het gebouw is zowel tijdens het ontwerpproces als na oplevering flexibel. Het is nodig om met opdrachtgevers en eindgebruikers samen te zoeken naar een optimum van visie, wensen en ontwerp om tot een architectuur te komen die het gebruik ondersteunt, waardoor haar schoonheid opbloeit en positief uitstraalt naar de omgeving.

Gerelateerde projecten