Een duurzaam kantoorgebouw

Gron-Arc
Gron-Arc is ontworpen in het kader van onderzoek in opdracht van de Rijksgebouwendienst. Het is een duurzaam gebouwconcept voor een stedelijke omgeving. Geïnspireerd door het Johnson Wax building van Frank Lloyd Wright in Chicago is een werkomgeving gemaakt die van boven verlicht wordt. Via een ‘klimaatdak’ staat het interieur in contact met de zon. De twee atria waar de werkplekken omheen georganiseerd zijn vormen de centrale lichtbronnen in het gebouw. De atria vernauwen zich naar de onderste verdiepingen. Daar waar de vloeren te diep liggen om nog van het daglicht te kunnen profiteren zijn er ramen in de gevel geplaatst. De openheid van de gevel neemt toe naarmate de vloervelden lager gelegen zijn.

Aan de buitenzijde is het gebouw zo gesloten mogelijk gemaakt om een hoogwaardig geïsoleerde schil te krijgen. Onderin raakt het gebouw aan de openbare ruimte en is het open, in contact met de omgeving. Een komvorm maakt een eigen intiem groen landschap en werkt als geluidsbarrière t.o.v. het verkeer. De benodigde grond is afkomstig van het uitgegraven souterrain.

Het gebouw wordt op een natuurlijke manier geventileerd door ventilatieroosters in de gevel die groepsgewijs bediend kunnen worden door de gebruiker. De lucht wordt via een omweg in de ruimte gebracht. Achter de gevel hangt een koel- cq. warmte-ringleiding die de lucht voorverwarmt cq. koelt alvorens ze via een geleideplafond dieper de ruimte wordt ingelaten, om tocht en koudeval te voorkomen. Er ontstaat een natuurlijke trek naar de open ruimte van het atrium. Hier wordt de lucht als gevolg van thermische stroming door het dak naar buiten gestuwd. Dit proces wordt ondersteund door ventilatoren die door windturbines op het dak worden aangedreven en die zich langs de rand van het atrium bevinden. Deze krans van schoorstenen trekt de verwarmde en gebruikte lucht naar buiten, waar ze via warmteterugwinning energie levert om de verse lucht in de gevels voor te verwarmen al dan niet te koelen. Zowel de toevoer als de afvoer van ventilatielucht gebeurt daardoor op natuurlijke wijze.

De middelste ring in het klimaatdak bestaat uit lichtdoorlatende pv-cellen geïntegreerd in het glasdak. Behalve dat ze energie leveren voorkomen ze dat er teveel direct zonlicht binnenkomt. Een glazen onderdak zorgt voor een buffer van lucht die wordt opgewarmd en daarmee voorkomt dat er te snel warmteverlies door het dak plaatsvindt.

In een van de twee atria heerst een halfklimaat: daar is de kantine ondergebracht. Het tweede atrium staat in open verbinding met de werkplekken en heeft groene balkons als natuurlijke en luchtzuiverende component.

Het gebouw wordt verwarmd en gekoeld door een (watergeleide) vloerverwarming in de dekvloeren. Om het rendement hiervan te optimaliseren zijn er geen plafonds toegepast.

Zonneboilers op het dak, warmte- en koude-opslag in combinatie met een warmtepomp zorgen ervoor dat de energiebehoefte voor ruimteverwarming voor 75% duurzaam (aardwarmte) wordt opgewekt. Het gebouw wordt met zo weinig mogelijk materiaal gemaakt. Alle materialen zijn recyclebaar of natuurlijk afbreekbaar (cradle to cradle).

De hoofddraagconstructie is van (met een natuurlijke lijmsoort) gelamineerd hout en tevens van akoestische kamers voorzien. Hierdoor zijn er geen plafonds nodig. De kleine vloeroverspanningen maken een dunne vloer van keramisch materiaal mogelijk die als thermische massa functioneert, nodig voor de koeling en de verwarming van het gebouw. Dit product wordt lokaal in Nederland in ruime mate aangevoerd door de grote rivieren die noodgedwongen moeten worden ontdaan van sliblagen o.a. ten behoeve van berging van water.

Koelings- en verwarmingsleidingen zijn geplaatst in een dekvloer van anhydriet, die door een slijtvaste toeslag tevens de (licht)reflecterende afwerkvloer is waardoor het atriumlicht diep in de ruimte kan dringen. Hierdoor is in het algemeen individuele werkplekverlichting afdoende. Aan de buitengevelzijde wordt tussen de houten spanten een keramisch binnenblad geplaatst voor warmteopslag.

De gevel wordt hoogwaardig geïsoleerd met wol (rc=8) en de buitenschil is van geacetyleerd hout (Accoya) dat onbehandeld kan worden toegepast en in de loop van de tijd zal vergrijzen.

Door de repetitie die er in alle onderdelen van het gebouw plaatsvindt, kan het gebouw voor 90% worden geprefabriceerd (in Nederland) onder geconditioneerde en daarmee minder milieubelastende omstandigheden.