Doorsnede duurzaamheid: CNME

In een doorsnede kun je heel goed de duurzame ingrepen visualiseren, ze zijn een communicatiemiddel tijdens het ontwerpproces. Waar mogelijk hebben low-tech ingrepen onze voorkeur, dat is een kenmerk van onze architectuur in het algemeen. De doorsnede raakt eigenlijk alles: interieur, exterieur, de schil.

Licht en klimaat.
Een belangrijke component is het binnenklimaat en hoe verse lucht binnenkomt voor de ventilatie en via natuurlijke trek weer naar buiten kan. Zomernachtkoeling maak je mogelijk door een aantal fysieke ingrepen, in dit geval: luikjes, in het gebouw die mogelijk maken dat de warme (dag)lucht via natuurlijke trek wordt afgevoerd terwijl verse en koele nachtlucht op maaiveldniveau naar binnen stroomt. Je begint de volgende ochtend in een gebouw met een gekoeld en fris binnenklimaat. Het binnenklimaat heeft ook te maken met daglicht, met schaduw, met de helling van je dakvlak. En schaduw gaat over bijvoorbeeld je dakoverstek maar ook over natuurlijke schaduw, bij dit gebouw een loggia die begroeid raakt waardoor er in de zomer schaduwwerking is en juist in de winter de zon dieper het gebouw inschijnt en op een passieve manier opwarmt. Een betonvloer houdt die warmte vast. Je ziet ook grote glasoppervlakken hoog in het gebouw zodat het daglicht hoog en diep het gebouw binnenkomt. Je ziet de hellende dakvlakken waardoor natuurlijke trek wordt versterkt, je ziet de dakoverstekken, je ziet de schoorsteen en de daglichtopeningen er bovenin: de lucht wordt daar opgewarmd wat weer trek veroorzaakt en dat licht dringt diep door in het gebouw.

De schil
Duurzaamheid begint met de trias energetica: ten éérste zo min mogelijk energie gebruiken, ten tweede duurzame energie gebruiken en tenslotte waar het echt niet anders kan fossiele brandstoffen zo schoon en efficiënt mogelijk gebruiken. Om die eerste stap te zetten moet je een hele goede schil aanleggen: superieur isolerend, luchtdicht en damp-open. Vocht moet het gebouw kunnen verlaten, warmte wil je zoveel mogelijk binnenhouden. Natuurlijke isolatiematerialen als vlas kunnen hier een rol in spelen. Ventileren doe je waar mogelijk passief, low-tech, maar je hebt altijd installaties nodig, bijvoorbeeld voor extreem winterweer, aangestuurd met zonnepanelen en gekoppeld aan warmteterugwinning. De zonnepanelen liggen hier op het dak – zo kun je in principe energieneutraal ventileren. Je moet het monitoren om te weten hoe het in de praktijk werkt en dat gebeurt in dit gebouw ook, helemaal omdat het een Centrum voor Natuur en Milieu Educatie is! De bezoeker kan straks ter plekke zien hoe het gebouw op dat moment energetisch presteert en ook hoe het fysiek in elkaar steekt, hoe het gemaakt is. Een voorbeeldgebouw voor de bewoners van Amersfoort.

Materiaal
Het gaat dus over licht en klimaat, je hebt de schil met geïntegreerde systemen en je hebt materialisering. Onbehandelde houten kozijnen met triple glas, een onbehandelde houten constructie, een gevel uit onbehandelde accoya delen – doordat we veel hout gebruiken wordt de score qua duurzaamheid heel goed, een ruime acht op een schaal van tien, we hadden nog hoger gezeten als we geen beton in de fundering en geen triple glas hadden gebruikt, wellicht is dat een volgende stap. Verder zijn het allemaal herwinbare materialen, alleen beton en glas zijn recyclebaar.

Meer informatie over het Centrum voor Natuur en Milieu Educatie vind je hier.