De Naturende Stad

Architectuur ontstaat uit een intensieve observatie van lokale omstandigheden, tradities, ambachten en zelfs folklore. Door de uitkomsten van deze studie te combineren met universele en hedendaagse globale invloeden ontstaan er combinaties van het vreemde met het vertrouwde.

De interactie met gebruikers vormt een wezenlijk onderdeel van een project omdat zij uiteindelijk zelf deel uitmaken van een levensvatbaar gebouw dat ingericht is op verandering. Het welslagen daarvan wordt nooit bepaald door het zoeken naar een statisch idee van de geest van de plek, maar op de telkens wisselende ervaring van de gebruiker.

Een project legt daardoor altijd verbanden met zijn omgeving, zoekt relaties met de buurt in fysieke alsook in mentale zin. Het project programmeert de publieke en collectieve ruimte t.o.v. de individuele ruimte en nodigt daarmee uit tot het overbruggen van sociale verschillen en het zoeken naar collectief gebruik van de ruimte.

De betekenis van de plek wordt gezien als een vorm van sociale actie die plaats kan vinden. De schuur is zo’n onaffe ruimte die uitdaagt tot ander gebruik.

Door het beeld van de architectuur zo naakt en primair als mogelijk te maken blijft ze open voor authentieke acties die voorbij gaan aan de vooropgestelde representatie. Identiteit is niet iets dat vastligt maar ontstaat door het gebruik van het gebouw. Het doel van het project is niet een perfect afgeronde ruimte te maken, maar het enten van een levende omgeving.

Ideologische gladheid en kapitalistische exclusiviteit wordt voorkomen door een inclusieve en hybride benadering van ruimte. Een ruimte die glad en ruw is, modern en ouderwets, mooi en lelijk, stedelijk en landschappelijk, natuurlijk en artificieel, abstract en tactiel.

De houding waarmee het project wordt gemaakt is kritisch t.a.v. de hedendaagse tijd en de effecten van de globalisering. De tijd ergens voor nemen is geen onthaastingsprincipe, maar een kwaliteitsstrategie tegen architectuur als consumptieartikel.

Een oneigentijdse houding zoekt ook naar een nieuwe verhouding tot en nieuwe waardes van de toekomstige tijd.

Het project weerspiegelt altijd een verhaal van haar totstandkoming en haar specifieke bewerking en benadering van de opgave. Hierdoor ontstaat er een vorm van authenticiteit als proces. Elk project is gebaseerd op een eigen unieke ontwikkeling, de architectuur bouwt aan dat wat er over haar gezegd wordt.

Het doel is de ruimte via een ruwe en informele materialisering te ontdoen van de autonomie van de tectoniek, waardoor nieuwe werelden voor het gebruik worden geopend en de ruimte aanpasbaar en veranderbaar wordt.

Via improvisatie wordt de dimensie van het toeval en de uitzondering in de materialisering ingebracht. Beeld en tactiliteit, ambacht en industrialisatie worden opnieuw op elkaar betrokken en gemaakt met hergroeibaar materiaal. Er ontstaat een naturende architectuur die als onderdeel van de natuur de perfecte imperfectie weerspiegelt.